tomdeboer.reismee.nl

Luzon en Palawan

En toen zaten mijn twee maanden in de Filipijnen er alweer op! Eergisteren ben ik op het vliegtuig gestapt van Manila naar Jakarta, om meteen door te vliegen naar Makassar, de hoofdstad van Sulawesi, voor sommigen beter bekend als Celebes. Nu ik de Filipijnen achter me heb gelaten, is het de hoogste tijd om de hoogtepunten van de laatste weken op te pennen.

Waar was ik gebleven? Mijn vorige bericht schreef ik vanuit Tacloban, Leyte. Deze stad is bij locals vooral bekend vanwege de voormalige 'first lady' Imelda Marcos. Deze echtgenote van voormalig dictator Ferdinand Marcos was zelf ook niet geheel onomstreden, met name vanwege haar extravagante leefstijl. Zo had ze met 2700 paarschoenen een collectie waar zelfs Paris Hilton jaloers op zou zijn.

De belangrijkste reden om naar Tacloban te komen was mijn vlucht naar Manila. Deze hoofdstad staat vooral bekend om zijn enorme omvang, vervuiling, drukte en gebrek aan bezienswaardigheden. Ooit was Manila een schitterende stad vol met koloniale gebouwen, maar daar is door hevige gevechten in deTweede Wereldoorlog weinig van overgebleven. Gelukkig bleek Manila wel een prima plek om wat noodzakelijke inkopen te doen en andere backpackers te ontmoeten. Schreef ik vorige keer nog over een gebrek aan reismaatjes, vanaf het moment dat ik voet zette in het hostel in Manila is dat helemaal goedgekomen. En zo zat ik na twee dagen Manila in de nachtbus naar Banaue, in het noorden van Luzon, met nog een stuk of zes ander backpackers. De Cordillera, een bergachtige streek rond Banaue, staat bekend om de spectucalaire rijstterrassen. Deze streek staat niet voor niets genoteerd op de Unesco lijst van werelderfgoed.

Hoewel het landschap er niet minder mooi op werd, was het wel een tikkeltje jammer dat ik het slechte weer uit het zuiden leek te hebben meegenomen. Erger nog, op de eerste uren na aankomst in Banaue na, heb ik geen zon gezien en mijn poncho kwam helaas iets te vaak van pas. Dit is abnormaal voor de tijd van het jaar, en schijnt iets met La Niña (het zusje van het iets bekendere weerfenomeen El Niño) te maken te hebben. Just my luck. Maar goed, binnen zitten is ook maar saai en dus vertrok ik samen met de Francaise Isabelle richting Batad voor een serieuze portie wandelwerk. Onze backpacks lieten we achter in Banaue, want Batad is alleen te voet te bereiken via een steile afdaling. Het voordeel van onze lichte bepakking was dat het mogelijk was om een langere trektocht te kunnen maken zonder terug te hoeven keren naar het beginpunt. De eerste dag verkenden we Batad, een schitterend schouwspel van rijstterrassen tegen stijle hellingen, gelegenin een vorm die doet denken aan een enorm amfitheater. Het was wederom een tikkeltje jammer dat de taaie wandeling naar het hoge uitzichtpunt slechts beloond werd met een uitzicht op een dikke regenwolk. Maar de daaropvolgende wandeling naar een indrukwekkende waterval, onderwegbalancerend over de muurtjes tussen de rijstterrassen, was erg mooi.

De tweede dag in Batad huurden we met een gids in voor een tweedaagse wandeltocht terug naar Banaue. De weg naar het dorpje Pula bestond uit paadjes slingerend door bergen, valleien en rijstterrassen. Heel veel rijstterrassen. We overnachtten in een schattig klein guesthouse in Pula, om de tweede dag terug te lopen naar de weg richting Banaue. Om daar te komen kropen we over een modderig paadje omhoog langs beboste bergen. De uitzichten hadden te gek kunnen zijn, maar helaas, we zagen vooral dikkeregenwolken. Het kan niet altijd meezitten.. Overigens kregen we onderweg ookeen paar kleine inkijkjes in de gebruiken van de traditionele bergvolken (Ifugao) die nog in deze streek wonen. Zo was een groepje locals onderweg naar een dorpje iets verderop, om aldaar een varken te offeren. Dit alles om ervoor te zorgen dat hun zieke vriend weer beter zou worden. Hopelijk heeft het geholpen..

Dit aspect van deoudeIfugao cultuuris nog steeds vrij sterk vertegenwoordig in het leven van alledag, met name bij de oudere generatie (de jongeren vertrekken massaal naar de grote stad op zoek naar een baan). Zo kwam ik al wandelend door de rijstvelden bij Kiangan twee locals tegen die een compleet varken aan een stok meedroegen over een stijl paadje, waarschijnlijk ook met het doel dit om wat voor reden dan ook te offeren. Tijdens mijn verblijf in een homestay in het dorp Kiangan werd ik uitgenodigd om het afstudeerfeest van eenbekende van mijn gastvrouw bij te wonen. Ook hiervoor werd een varken geofferd, ditmaal om de goede afloop te vieren. Het varken was vervolgens in zijn geheel aan een spies geroosterd, ook wel bekend als het traditionele gerecht Lechun. Vooral de krokante huid van het varken is erg populair bij de Filipinos. Jummie. Trouwens, nog iets exotischer en overal in de Filipijnen een populairedelicatesse: Balud, oftewel een gekookt ei met daarin een eendenembryo van een aantal dagen oud.Je ziet de veertjes al zitten.Smaakt trouwens minder slecht dan het eruitziet.

Aan het dorpje Kiangan kleefde ook de nodige geschiedenis.Deze omgeving wasin 1945 het strijdtoneel van de laatstehevige gevechten tussen de troepen van de Japanse generaal Yamashita en de Amerikaanse/Filipijnse bevrijders. In dit dorpje tekende Yamashita de officieuze capitulatie. Voordat ik via Kiangan zou terugreizen naar Manila, stond trouwens ook nog een bezoek aan Sagada op het programma. De reis naar dit heerlijk koele dorpje in de bergen was een belevenis op zich. Tijdens de één uur durende rit per Jeepney was het mogelijk om in plaats van ín de Jeepney, bovenop de Jeepney te zitten. Is er een betere manier om onderweg van het uitzicht te genieten? Gelukkig scheen onderweg voor het eerst sinds bijna een week de zon. Ook in Sagada was het eindelijk fatsoenlijk weer, wat me er niet van weerhield om de donkeregrotten in te duiken. Een populaire attractie in Sagada is de 'cave connection', een ondergrondse tunnel van de een naar een andere grot. Klimmen, klouteren en abseilen in het pikkedonker, duizenden vleermuizen en zwemmen in een ondergrondse rivier: erg leuk om te doen!

Vanuit Manila vloog ik naar Puerto Princesa, de hoofdstad van Palawan. Een paar jaar geleden beschreef de Lonely Planet dit eiland nog als ongerept en de 'last frontier of The Philippines', maar inmiddels krijgt Palawan meer en meer toeristen op bezoek. Desalniettemin zijn de meeste wegen nog onverhard en is er alleen 's avonds electriciteit, mits de generatoren het niet begeven. Massatoerisme is er gelukkig dus (nog) niet. De twee weken op het hoofdeiland van Palawan zijn gemakkelijk samen te vatten: paradijselijke stranden, veel nieuwe vrienden, Filipijnse rum, 'island hopping' (een dag lang van het ene belachelijk mooie strandje naar het andere varen) en een beetje duiken.

Het absolute hoogtepunt van mijn verblijf in Palawan was El Nido, een dorpje gelegen aan een baai en beroemd vanwege de zogeheten 'Bacuit Archipelago': een verzameling kleine en grotere eilanden met steile krijtrotsen, witte stranden en turquoise zeewater. Een echt paradijs! De reis ernaartoe was op zijn minst interessant te noemen. Was ik aanvankelijk van plan om de trip bovenop het dak van de bus te maken, al na twee bochten veranderde ik van gedachten. De bus stopte en met man en macht werd een hevig krijsend varken het dak op gehesen. En geen klein varken ook. Dan maar gewoon in de bus. Aangekomen in El Nido kostte het weinig moeite om nieuwe vrienden te maken. Het hostel, een kleine dormitory pal aan het strand, was perfect om andere backpackers te ontmoeten. Na een paar dagen lukte het om een groepje mensen bij elkaar te verzamelen en een dealtje te sluiten met een locale schipper, om 's avonds naar een van de nabijgelegen eilanden te varen en op een verlaten strandje te kamperen! Nouja, niet helemaal verlaten, want het kostte slechts een kleine klouterpartij over de rotsen om te kunnen hi-fiven met de deelnemers van de Zweedse Expeditie Robinson, die op een strand vlakbij waren voor de opnames van het nieuwe seizoen. Terwijl zij daar zaten te verhongeren genoten wij van een lekkere barbecue aan het kampvuur. Verschil moet er zijn.

Sluitstuk van mijn verblijf in Palawan was Coron, op het eiland Busuanga, beroemd om het wrakduiken. In de tweede wereldoorlog had een deel van de Japanse vloot zich verstopt tussen de vele eilanden. Maar helaas, ze werden gevonden door de Amerikanen en een grote luchtaanval was genoeg om meer dan een dozijn schepen naar de zeebodem te jagen. Duikverslaafd als ik inmiddels ben geworden, kon ik de kans niet laten voorbijgaan om een kijkje te nemen in deze wrakken. Jawel, ín de wrakken. Zwemmend door donkere gangen, machinekamers, olietanks en kleine openingen, met boven de enorme (100-160m) schepen grote groepen vissen: zeker een van de gaafste dingen die ik ooit gedaan heb!

De trip terug naar Manila was een lange: vliegen vanaf Coron is te duur en dus nam ik een Bangka (traditionele houten boot) naar het eiland Mindoro. Gelukkig had ik een prima tussenstop weten te regelen. Na 10 uur op de schommelende boot en nog eens 10 uur per bus en veerboot, werd ik in Batangas opgepikt door Louie. Louie was ik in El Nido tegengekomen en had me uitgenodigd om in Anilao een weekendje door te brengen in het kleine windsurfkamp dat hij jaren geleden met wat vrienden uit Manila had opgericht. Gratis overnachting, maaltijden en als bonus ook nog een paar windsurflessen voor nop. Geen slechte manier om mijn laatste dagen in de Filipijnen door te brengen!

Na een korte trip naar Manila en een dagje shoppen (laundry service bedankt, 90 graden en een sloot bleekmiddel was misschien een beetje overkill, dacht u niet?) vloog ik naar Jakarta. Daar lukte het me om midden in de nacht een voordelig ticket naar Sulawesi te boeken en voila! Hier ben ik. Goed, genoeg geschreven: tijd om Indonesië te verkennen!

Tot snel, en vergeet niet de foto's op Facebook te checken!

Reacties

Reacties

Sonja

Dat je een cultuur respecteert, betekent niet dat je er aan mee hoeft te doen, Tom! Een eendenembryo?!?! :-/

Leuk om te lezen weer verder. Op de regen na klinkt het allemaal even goed.

Binnen nu en een week ga ik een ticket boeken. Ben een beetje aan het twijfelen of ik ga afwachten wat de nieuwe aanbieding van Etihat wordt (die ze nu hebben is voor een vertrek tot 21 juni) of dat ik nu toch maar boek, omdat de prijzen misschien alleen maar oplopen. Dilemma... Veel plezier in ieder geval in Indonesië! xx

Tom

Tja, het arme beessie was toch al gekookt. Niet proberen zou een beetje zijn als twee maanden in Nederland reizen en nog nooit rouwe haring hebben gegeten. Nu weet ik dat jij dat waarschijnlijk toch nooit geprobeerd hebt...

Ben benieuwd wat het wordt met dat ticket...wieweet zien we elkaar in de zomer :-)

S

Ghehe, no comment :P

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!