tomdeboer.reismee.nl

Duiken, duiken en nog meer duiken...

Oké oké, ik geef het toe... Dit is nauwelijks backpacktrip meer te noemen. Eerder een ietwat uit de hand gelopen duikvakantie. Daar lijkt het in elk geval steeds meer op, als je mijn verhalen tot nu toe leest en de foto's op mijn facebook bekijkt. Ik denk da ik inmiddels aardig verslaafd ben geraakt. Maar daarover later meer.

Tussen het duiken door heb ik gelukkig nog genoeg de backpacker uit kunnen hangen. Zo was er de reis naar Alor, vanaf Kupang, de stad vanwaar ik mijn vorige verhaal schreef. Zoals afgesproken waren mijn reismaatje Ray en zijn Koreaanse vriendin Yoo Jin ook naar Kupang gekomen. Na een nacht in een dormitory met ouderwets comfortabele stapelbedjes vertrokken we naar de haven, waar onze veerboot al lag te wachten. Zoals de meeste Indonesische veerboten zal deze vast ooit stralend wit en hypermodern zijn geweest, maar inmiddels was het beter te omschrijven als een enorme roestige drijvende badkuip. Snel was ie ook niet echt.

Maar goed, als backpacker wil je je natuurlijk juist onderdompelen in de lokale manier van leven.En zo zochten we - gewapend met een tas vol crackers en instant-noodles - onze weg tussen de ontelbare scooters, verkopers, kippen, varkensen wat er zoal nog meer de boot op ging. Zoals vaak met lange trips al deze, viel de tocht zelf uiteindelijkhartstikke mee. Midden op zee zitten heeft zo zijn voordelen: de zonsondergangen zijn magisch en de sterrenhemel onvoorstelbaar helder. Tel daar een paar lauwe flessen Bintang bij op en zelfs wat uurtjes slaap op een geïmproviseerd bed (lees: liggend op de achterkant van twee backpacks) en de 18 uur vliegen om. Nu had het ook weer niet gehoeven dat we deze reis nog een keer moesten maken, maar de directe veerboot tussen Alor en Flores lag helaas kapot in de haven van Flores. En dus mochten we later die week nog twee keer een dergelijk boottochtje maken. Jippie.

Het was het allemaal echter meer dan waard. Terwijl we in de vroege ochtend de baai van Kalabahi binnenvoeren, werden we verwelkomd door een grote groep dolfijnen. En dat zou niet de laatste keer zijn dat we dolfijnen zagen. Ook tijdens de terugreis werden we vergezeld door enkele dolfijnen en tijdens een van mijn duiken konden we onder water zelfs alhet geluid van dolfijnen horen: terwijl we terugvoeren naar onze hutjes op het eilandje PulauKepa, kwamen we in een groep van honderden dolfijnen terecht. Hier zaten ook zogenaamde 'spinner dolphins' tussen, dolfijnen dieerom bekend staan dat ze graag hoog uit het water springen. En jahoor, zowaar gaven een paar dolfijnen een showtje weg. Dit alleen alwas de tocht naar Alor waard, maar gelukkig was het duiken er ook fenomenaal. Fantastische gezonde koralen en een enorme verscheidenheid aan onderwaterleven. Ook boven water beviel Alor prima, met mooie natuur, vriendelijke mensen en nauwelijks toeristen. Op onze laatste dag werden we tijdens een rondrit op de scooter als een soort eregasten onthaald bij het afstudeerfeest van een local, ergens in een klein dorpje. Hoogtepunt (voor de locals in elk geval) was de eindeloze fotosessie (zie ook facebook).

Al met al hadden we nog wel even in Alorwillen blijven, maar door de kapotte veerboot en onregelmatige dienstregelingen hadden we niet al te veel opties om Alor goedkoop te verlaten. Mede door de benodigde extra reistijd waren we gedwongen om een groot deel van Flores over te slaan. En zo kwamen we na een paar dagen van lange boottochten, bus- en taxiritten aan in Labuanbajo. Dit is de uitvalsbasis voor het Komodo National park en uiteraard de woonplek van de wereldberoemde Komodovaraan. Maar de zeeën rond de eilanden Komodo en Rinca zijn ook een beroemd natuurreservaat. Drie keer raden wat ik en Ray daar kwamen doen. Het duiken bij Komodo was wederom waanzinnig. Prachtige koralen, verschillende soorten roggen en haaien en als klap op de vuurpijl, een grote mantarog. Naast het duiken kozen we ook nog een dag uit om per scooter de omgeving te verkennen, samen met twee Britse meisjes en de Chileen Chris, die per motorfiets de hele wereld rondreist.

Duiken en scooteren...het werd een beetje een patroon tijdens mijn tweede maand in Indonesië. Later zou dit ook in Bali het recept zijn. Om even 'bij te komen' van het vele reizen en onze honger naar 'comfort food' te stillen, reisden we vanaf Labuanbajo in een ruk door naar de onder backpackers beroemde Gili's. Op backpackerseiland bij uitstek Gili Trawangan vielen we met onze neus in de boter: het was volle maan en in dit deel van de wereld betekent dit: full moon party op het strand. Lang niet zo groot als het beruchte feest in Thailand, maar na twee weken in wat meer afgelegen gebieden was het fijn om even een paar daagjes los te gaan.

In plaats van weer de diepte in te gaan, zocht ik het hierna voor de verandering wat hogerop. Van Ray en Yoo Jinhad ik op Gili T afscheid genoemen, maar op hetzelfde eiland waren we een van de Britse meisjes tegengekomen waarmee we in Flores hadden rondgescooterd. Samen met haar boekte ik een trek naar de top van Mount Rinjani, een 3728m hoge vulkaan op Lombok. En zo stonden we 's ochtends aan de voet van deze enorme berg, met een bijeengeraapte groep brakke backpackers die geen idee hadden waar ze aan begonnen. De tocht zou drie dagen duren en dat betekende dat we twee nachten op hoogte zouden kamperen. Een bijzondere ervaring! De tocht zelf was waanzinnig mooi, met een landschap dat constant veranderde. Van mistige jungle tot vulkanisch maandlandschap, met watervallen en warmwaterbronnen en eindeloze groene glooiende lavavelden. Gemakkelijk was het niet bepaald. Met name de klim naar de topmidden in denacht was een hel, met los vulkanisch gruis waar je bij elke stap terug in wegzakte en een ijskoude gure wind. Maar de uitzichten waren super, met name het gezicht van de enorme krater van Rinjani, met daarin een groot meer waaruit een kleinere actieve vulkaan omhoog komt.

De laatste stop voordat ik Indonesië verliet, was Bali.Zoals gezegd hoorde hierwederom een goed portie duiken bij, ditmaalin Amed en Nusa Lembongan. Jawel, nog meer duiken. Ik heb de smaak zelfs zo te pakken gekregen, dat ik in Singapore besloten heb weer terug te vliegen naar Bali. De komende zes weken zal ik op het kleine eiland Nusa Lembongan een 'divemaster' stage lopen. Dat betekent niet meteen dat ik van plan ben lange tijd in Azië te blijven en een carriëre als intructeur te beginnen, maar wel dat ik anderhalve maand op een tropisch eiland woon en een heleboel ga duiken. Niet slecht geregeld, dacht ik zo...

Reacties

Reacties

Sonja

Nice, Tom. Nice.

Ik ben heel benieuwd hoe de DM-cursus je gaat bevallen. Hou je even een Manta en Mola Mola voor me gevangen tot ik er ben?

Enjoy en tot snel! x

Frank en Sandra

Ha die Tom,
Klinkt goed allemaal. Volgens mij heb je het duiken wel uitgevonden. Het lijkt me prachtig om zo een mooie ervaring mee te maken op een tropisch eiland. Je zult vast een goede instructeur kunnen worden (als je dat zou willen). Geniet er van. Je verhalen zijn trouwens prachtig geschreven!
lieve groetjes uit Holland van je broer Frank en Sandra

Tom B

Zeker niet slecht geregeld! Geniet ervan!

Michelle

Ha Tom!

Fijn om te horen dat je 't zo naar je zin hebt! Maaruh waarom wordt je eigenlijk niet gewoon (een poosje) duikinstructeur? Je lijkt eindelijk iets gevonden te hebben waar je echt enthousiast van wordt! Heb in ijsland een NL Raft-instructeur ontmoet die altijd 6 maanden per jaar op de meest fantastische sport op aarde werkt! Maar misschien moet ik je niet op een idee brengen... Veel plezier nog!

X Mies

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!